De opleiding journalistiek aan de AP Hogeschool in Antwerpen.

“Haat-liefdeverhouding met televisie”

Naam: Sofie Gheysens Leeftijd: 26 jaar Specialisatie: Televisie Jaar afstuderen: 2014 Job: Camera-assistent bij fictieproducties
by Nanigui Patel
by Nanigui Patel

“Ik ging journalistiek studeren om interviews te leren schrijven zoals in HUMO, die vind ik altijd supergoed. Maar tijdens mijn studie merkte ik dat ik graag achter de camera sta, en koos voor televisie als afstudeerrichting. Nu werk ik als camera-assistent bij verschillende fictieproducties. Niet meteen een journalistieke job dus, maar wel één die ik heel graag doe. En ik sluit zeker niet uit dat ik in de toekomst nog iets in de journalistiek ga doen.

Haat-liefde

Na mijn stage bij Reyers Laat had ik even genoeg van de journalistieke televisiewereld. De nieuwswereld is erg individueel. Het is ieder voor zich, en dat vond ik heel vermoeiend. Het voelt alsof je jezelf constant moet bewijzen en dat maakt je bij momenten onzeker. Soms word je echt op je persoonlijkheid beoordeeld waardoor ik vaak aan mezelf twijfelde. Daarbij is de berichtgeving in nieuwsprogramma’s meestal negatief.

Ik heb sindsdien een haat-liefdeverhouding met televisie. Er zitten mooie dingen in maar er zijn ook moeilijke en onaangename kanten aan het vak. Daarom zocht ik naar een job die minder journalistiek gerelateerd was.

Netwerk

Ik solliciteerde voor een job als camera-assistent bij VIER voor opnames van de langspeelfilm van de serie Vermist. Ze zochten er iemand met weinig ervaring omdat de job eigenlijk niet goed werd betaald. Ik ben dan wel niet opgeleid als cameravrouw maar ik had niets te verliezen, toch? En uiteindelijk kreeg ik de job. Dat kwam ook door mijn motivatiebrief, die had ik heel persoonlijk gemaakt.

Met dezelfde ploeg als bij mijn eerste job heb ik uiteindelijk nog een televisieserie in Nederland gedraaid met filmregisseur Hans Herbots. Zo loopt het altijd in de tv-wereld. Je kent iemand van een vorige job waardoor je sneller ergens anders belandt. Je moet jezelf echt laten opmerken. Heel veel netwerken is de belangrijkste tip die ik kan meegeven. En je moet natuurlijk een beetje geluk hebben.

Tijd voor jezelf

Het is een onzeker bestaan en mij bevalt deze manier van werken wel. Ik weet niet wat mijn volgende job zal inhouden maar dat vind ik niet erg. Een cameraploeg staat soms vijf dagen per week, twaalf uur lang op de set. Dat zijn lange dagen waarin je intensief bezig bent met opnemen en geen tijd hebt voor iets anders. Maar zitten de opnames erop, dan ben je weer een aantal weken thuis tot er zich iets nieuws aanbiedt. Die tijd heb je dan volledig voor jezelf.

In de toekomst zou ik graag documentaires maken. Zelf achter de camera staan is een droom maar het is moeilijk om ‘director of photography’ te worden. Ik heb dus nog een lange weg te gaan, eentje waar ik in de toekomst zeker aan wil werken. Maar nu nog niet, nu zit ik goed.”