De opleiding journalistiek aan de AP Hogeschool in Antwerpen.

"Lessen televisiejournalistiek was toen nog niet aan de orde"

by Myriam Garouche
by Myriam Garouche

Als jonge vrouw aan de universiteit studeren en uiteindelijk journalist worden was niet vanzelfsprekend rond het midden van de twintigste eeuw. Toch heeft Sabine, de grootmoeder van één van de huidige studenten journalistiek, dat voor elkaar gekregen.

“ In 1945 startte ik met de opleiding journalistiek aan de Vrije Universiteit van Brussel. Die opleiding duurde eigenlijk 4 jaar, maar omdat de Tweede Wereldoorlog net voorbij was heb ik mijn diploma op 2 jaar behaald.

Tijdens onze lessen leerden we onder andere te schrijven voor een krant, en we kregen toen ook al radiolessen. Lessen televisiejournalistiek was toen nog niet aan de orde. De televisiezender VRT werd pas opgestart nadat ik mijn diploma journalistiek al behaald had.

In mijn laatste jaar kwam er op een dag iemand van de directie van het dagblad Le Matin naar de goede studenten in mijn opleiding vragen. Ze hebben mij toen een job op hun redactie aangeboden. Ik had ook veel geluk daarmee. Le Matin was een Franstalige krant uit die tijd. Het was ook het enige Franstalig dagblad uit Antwerpen. De redactie was aan de Oude Beurs gesitueerd.

Ik was de jongste van het hele team. Op de redactie zelf hebben de andere journalisten mij nog van alles geleerd. Maar ik moest voornamelijk reportages maken voor het blad. Het was toen de tijd van de oorlogscriminelen, en ik moest hun rechtszaken rapporteren. Dat was zwaar voor mij. Ik was jong, en ik moest de hele geschiedenis van de oorlog herbeleven. Maar ik heb het wel gedaan.

Mijn tweede voornaamste taak was om reportages te maken in het theater. Dat was natuurlijk ’s avonds ook nog laat werken.

Ik heb er 2 jaar gewerkt. Maar toen ontmoette ik mijn echtgenoot, en hij had liever niet van die lange uren bleef aanhouden. Ik was ’s avonds vaak laat weg en ik had onregelmatige uren. Toen ben ik iets anders gaan doen.

Ik heb nog een leuke herinnering van toen. ’s Middags gingen we samen met de hele redactie naar een café. Dat café werd door een heel elegante dame gehouden, die we ‘de prinses’ noemden. Het was er heel aangenaam. We waren er met een heleboel journalisten, we praatten, we lachten, … We waren jong en gelukkig. “