De opleiding journalistiek aan de AP Hogeschool in Antwerpen.

Niet nog een artikel over de terreurdreiging in Europa!

Soe Nsuki
Soe Nsuki

Als ik nog één artikel zie over de terreurdreiging geef ik over in mijn hand. Meer dan ooit hebben we duidende artikels nodig die de angst intomen en de kennis vergroten. Is dat geen taak van de overheid?

“Wie is jouw favoriete Syrische acteur?” “ Lekker zeg, die Afghaanse blauwe kaas.” “Nee, ik heb het niet zo met Iraakse architectuur.” Heb je iemand die zinnen al eens horen zeggen? Wat weet jij over het woelige Midden Oosten, buiten dat het woelig is? We zijn allemaal op de hoogte van de laatste daden van de Daesh, de zoveelste wreedheid van Assad, Poetin of Obama, de laatste doden in Israël en Palestina. Onze nieuwsstroom is namelijk zo ontworpen dat enkel ‘nieuwswaardige’ items erin worden opgenomen. Lees: actueel en relevant. Maar wat met de duiding en achtergrond? Die verdwijnt naar de achtergrond, of naar de achterste pagina’s. En met achtergrond bedoel ik meer dan een kadertje met drie triviale feitjes. Ik ben niet de eerste die daar commentaar op heeft, en de drang naar een ander soort journalistiek is niet nieuw. De zogenaamde meerwaardezoeker kan altijd terecht bij De Correspondent, De Groene Amsterdammer, Apache.be, en andere gelijkaardige initiatieven. Die initiatieven zijn ontstaan vanuit de burger. En daar knelt het schoentje. Het zou niet enkel moeten worden overgelaten aan particuliere inititatiefnemers.

Recht op informatie

Wij, de Belgen, hebben als voorwaarde om toe te treden tot de Europese Unie, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens ondertekend en geratificeerd. Elke lidstaat heeft dat moeten doen, anders kan je geen lid worden van de EU. In dat verdrag staat een artikel genaamd ‘vrijheid van meningsuiting’:

Artikel 10 – Vrijheid van meningsuiting

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio- omroep-, en bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.

2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk (proportioneel en subsidiair) zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

Kijk vooral eens goed naar paragraaf twee. Daar staat dat het recht van meningsuiting “kan worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij wet voorzien zijn en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid[…], ter bescherming van de goede naam of de rechten van anderen[…]. Met andere woorden, de staat is verplicht om ons burgers van volledige informatie te voorzien, om onze nationale veiligheid te garanderen en om de rechten van anderen te beschermen! België doet al zoiets, wij hebben namelijk de VRT. Zij hebben een duidende functie, en werken in opdracht van de overheid. Om de zoveel tijd worden nieuwe afspraken gemaakt tussen overheid en VRT in de beheersovereenkomst (2012 - 2016). Daarin staat dat de openbare omroep een informatie-opdracht heeft:

Inzake de informatie-opdracht werden volgende accenten opgenomen in de beheersovereenkomst:

  • betrouwbaarheid en onafhankelijkheid staan voorop;
  • een kwaliteitstraject wordt gevolgd (met bijvoorbeeld aandacht voor
    opleidingstrajecten, systematische evaluatie van de nieuwsprogramma’s,…);
  • meer onderzoeksjournalistiek;
  • meer aandacht hebben voor buitenlandberichtgeving.*

Ongetwijfeld draagt de VRT die bepaling hoog in het vaandel. Daar ligt het probleem niet. Het probleem is ons hele archaische nieuwsysteem van dagelijkse nieuwtjes in al die jaren te weinig is veranderd. De VRT zit in dat systeem, net als alle andere grote nieuwsdragers. Het systeem moet

worden opgebroken. Ja, er is Canvas, die doen enkel nieuws en duiding. Dat is fijn. Maar het zou niet enkel op een kleine zender zo mogen zijn. Laten we eens kijken naar het Journaal. Hoofdredacteur Bjorn Soenens heeft al meerdere keren aangegeven niet te willen volgen in de nieuwskudde. Maar kan hij ver genoeg gaan daarin? Waarom geen volledige nieuwsuitzending over één item? Een stuk nieuwsfeit, een stuk duiding en achtergrond. Waarom blijven wij steeds hangen in items van één minuut twintig seconden? Nieuwsuitzendingen, bij ons het Journaal op VRT en het Nieuws op VTM, zijn samen goed voor bijna 2 miljoen kijkers elke dag! Zij zijn dé bron van informatie voor de burger. Nieuwsfilosoof Alain de Botton vatte het samen in zijn interview met Soenens: “Je [de nieuwsuitzending, nvdr.] bent een soort uitlegger van de natie. […] Er is niets zo machtig als het nieuws.”

In deze tijden creëert het machtigste informatiekanaal angst. De voorpagina’s, de titels, de filmpjes, de afbeeldingen, we worden overspoeld met negativiteit en gruwel. Dan kan De Morgen nog koppen “Waarom we toch niet bang mogen zijn”, dan kan Terzake nog zoveel specialisten uitnodigen ter duiding van het laatste terreurnieuws, dan kunnen nog zoveel journalisten diepgravend werk verrichten, ons systeem is er niet naar gebouwd om die werken genoeg naar voor te brengen. Alles is perspectief. Je kan niet een verhaal roepen over een monster in de kast en daarna toch fluisteren tegen je kind dat ‘ie niet bang moet zijn. Angst creëert onveiligheid, discriminatie, wantrouwen: het beschadigt onze nationale veiligheid en de goede naam van anderen.

Wie o wie?

Aan wie is het dan om de oude nieuwe journalistiek van de diepgang en duiding terug op gang te trekken? Aangezien de huidige problemen en de gevolgen van terreur en de vluchtelingencrisis heel Europa aangaan: Europa. Laten we daar van uitgaan. Maar Europa is niet één entiteit. Onze prille Unie is een samenraapsel van 28 verschillende landen, die dan nog eens allemaal in drie, vier, vijf, zesendertig (heeft iemand ze al eens geteld?) verschillende organen zetelen. De Europese Raad is niet hetzelfde als de Raad van de Europese unie en de Europese commissie en het Europees parlement. Het Engelse Eurosceptische Member of Parliament komt niet overeen met het Franse socialistische membre du Parlement, die het zeker niet eens is met het poseł na Sejm van de Poolse christendemocraten. Dat weet je dankzij de 3647 tolken die elke discussie haarfijn voor je vertalen. Dan mogen we de Raad van Europa natuurlijk niet vergeten, die geen officieel orgaan is van de Europese Unie, maar wiens Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wel moet geratificeerd worden voor je de Unie binnenmag! Nu klinkt de zin “het mag niet van Europa” plots wat te simpel, niet? We stoten terug op hetzelfde probleem. Er is niet genoeg duiding. Wat is Europa nu eigenlijk? In het onderwijs wordt dat allemaal haarfijn uitgelegd. Waarom niet in ons nieuws?

Staatscommunicatie, gefinancierd vanuit de EU. Klinkt wat communistisch misschien. Betaald worden door de staat om bepaalde dingen te schrijven en vooral niet te schrijven. Zo hoeft het niet te zijn. Er zijn manieren om journalistieke onafhankelijkheid te garanderen en toch nog ondersteund te worden door een autoriteit. Daar heb je sterke journalisten voor nodig, en die zijn er. Die journalisten moeten worden betaald. Dat geld is er. Belastinggeld stroomt door naar de

Europese instellingen, lidgeld wordt betaald aan de Europese Raad (die ene externe organisatie met de EVRM, weet je nog?). Aan alle andere rechten wordt hard gewerkt: recht op leven, verbod op martelen, verbod op slavernij en dwangarbeid, recht op veiligheid en vrijheid, enzovoort. Er wordt over gepraat, en dan wordt er geld en tijd ingestoken om dingen te veranderen. Over het recht op vrije meningsuiting, met andere woorden journalistiek, wordt er ook gepraat. Elke Europese politicus zal je erop wijzen dat de verslaggeving over Europa verre van voldoende is, en dat journalisten de dingen vervormd weergeven. De Raad van Europa klaagt dat er constant naar hen wordt gebeld door journalisten die eigenlijk de Europese Raad of de Raad van de Europese Unie wilden contacteren. Ze hebben gelijk. Maar verder dan discussiëren en niet-financieel stimuleren komt het niet.

Tijd voor actie

Wij zijn de toekomst van de journalistiek. En wij kunnen de dingen veranderen door zelf initiatief te nemen, zelf goed onderzoek te doen en zelf de inhoud te maken die we zelf zouden willen lezen. Maar we leven niet in een wereld waar dat allemaal zomaar kan. Er moet brood op de plank. Journalisten zijn de vierde macht, maar we worden aan verkoopcijfers en de vrije markt overgelaten. Dat kan niet. Politici moeten onze rechten beschermen; de EU moet onze rechten beschermen. Daar hebben we voor getekend. Het recht op informatie is niet minderwaardig aan de andere rechten. Genoeg met de vinger gewezen, tijd voor actie. Europa zou er wel bij varen.